Er schuilt te veel werk in een gedicht. Ik ben er gemakkelijk drie dagen aan bezig. En dan groeit het niet eens aan, ik blijf gewoon dezelfde verzen schrappen en herschrijven. Kan ik zoiets nog rechtvaardigen?In de rechterkolom kunnen jullie je hierover uitspreken.
zaterdag 5 juli 2008
De Zomerpoll
Bij de zomerpoll van 2008 hoort een bedenking die ik drie dagen geleden neerpende.
De Lentepoll — Resultaten

Paul van Ostaijen is NIET de onomstreden meester van het Vlaamse dichten. Dat is de voornaamste stelling die naar voor treedt uit jullie feedback op de lentepoll. Het is slechts een indruk die ik opdeed doorheen de jaren, en verdere staving ware zeker op zijn plaats, maar het schijnt me altijd toe dat van Ostaijen die rol wel degelijk bekleedt in vele naslagwerken, bloemlezingen en cafégesprekken. Maar deze poll suggereert dus het tegendeel. Zijn lezers vandaag uitgekeken op het inmiddels uitgemolken experiment met taal en bladspiegel? Is van Ostaijen zijn reputatie van gedoodverfde vernieuwer aan het verspelen? Of genoot hij een overmatige appreciatie in de laatste decennia, onder invloed van niet-poëtische krachten? Noemen we bijvoorbeeld de vaststelling dat van Ostaijens dichtwerk koren op de molen is voor De Vlaamse Beweging, die hun gedachtengoed maar al te graag fundeert in een Vlaams literatuurlandschap (ik ventileer hier (een enigszins verkrachte versie van) de boodschap van Marc Reynebeau uit "Het Nut van het Verleden").
Wat er ook van zij, de Coninck spant de kroon. Niet geheel verrassend, want dat heb ik mogen vaststellen in kringen van jonge dichters: vroeg of laat valt zijn naam. Wat toevoegt aan zijn luister!
Bedankt voor jullie stemmen dichterkens, op naar een nieuwe poll.
woensdag 21 mei 2008
¶
Op aansporing van Maarten, een versje uit de
(nog niet eens zo) oude doos.
Ik heb je verguld in mijn gedachten.
Een sieraad-idee, een must-have-concept.
Een vrouw uit de duizend, wie weet
wat nog meer. Nooit geef ik het bloot,
die gedachte gedaante van jou die ik draag
als de kleren van de keizer
in wie ik alsnog geloof.
(nog niet eens zo) oude doos.
Ik heb je verguld in mijn gedachten.
Een sieraad-idee, een must-have-concept.
Een vrouw uit de duizend, wie weet
wat nog meer. Nooit geef ik het bloot,
die gedachte gedaante van jou die ik draag
als de kleren van de keizer
in wie ik alsnog geloof.
woensdag 30 april 2008
¶
Ik heb je bij dag nooit leren haten;
bij nacht nog minder, maar geen ontkomen
aan dromen, en hun bekomst.
Ik mis je hier slapeloos ondergronds,
sla je genadeloos in het gezicht
met aandacht gade, zonder je ooit
harder dan strelen te willen raken.
Mijn bolle ogen als schotels in glas
zien geen plafond, enkel projectie
van hoe het was, een lichtende schacht
toen jij me duldde, en ik je
zo hoog zag verschijnen:
jij niet in mijn put, ik verre kijker.
bij nacht nog minder, maar geen ontkomen
aan dromen, en hun bekomst.
Ik mis je hier slapeloos ondergronds,
sla je genadeloos in het gezicht
met aandacht gade, zonder je ooit
harder dan strelen te willen raken.
Mijn bolle ogen als schotels in glas
zien geen plafond, enkel projectie
van hoe het was, een lichtende schacht
toen jij me duldde, en ik je
zo hoog zag verschijnen:
jij niet in mijn put, ik verre kijker.
De Winterpoll — Resultaten

Terwijl jullie dit lezen, worden er in een andere kamer rode vruchten gevriesdroogd voor verwerking in een populaire variant van Special K. Geen reden tot paniek, zolang we ons niet inbeelden dat zoiets ook op een mens kan toegepast.
Wat zou dat eigenlijk opleveren?
Inderdaad, we krijgen het koud, alleen al door eraan te denken. Mensen glaceren, verijzen, onderkoelen of berijmen, dat kunnen we nog laten passeren. Maar vriesdrogen? Daar kan zelfs Jean-Baptiste Grenouille een puntje aan zuigen.
Bedankt dichterkens voor jullie stemmen en belangstelling!
Abonneren op:
Posts (Atom)